12-04-2016 - Positief over Oekraïne

Het Business Forum Netherlands-Ukraine in Nootdorp op 30 maart leidde tot positieve geluiden bij ondernemers uit beide landen. Ook bij de overheidsvertegenwoordigers trouwens. Doel van het forum was om Nederlandse ondernemers te informeren over de stand van zaken in Oekraïne en de handelsmogelijkheden. Daarom waren enkele Oekraïense ministers en een groot aantal afgevaardigden van bedrijven uit dat land meegekomen.

Lilliane Ploumen - minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking - gaf aan dat bundeling van de Oekraïense potentie op agrarisch gebied en de Nederlandse logistieke kracht het zakendoen een impuls kunnen geven. Minister van Financiën Natalie Jaresko stelde dat in haar land “een nieuwe generatie volgens nieuwe principes” klaar staat om aan de slag te gaan. “Het verdrag helpt zowel potentiële als bestaande handelaren, omdat het voor iedereen veel transparanter wordt.”

500 miljoen consumenten

Hoe kun je dan zakendoen in Oekraïne? Minister Nataliya Mykolska (Economische Ontwikkeling en Handel)raadde investeerders en ondernemers met plannen aan om “out of the box te denken op de Oekraïense markt”. Met het Free Trade Agreement waarbij het land betrokken is, komen veel extra afzetbestemmingen in beeld. Naast de 45 miljoen in Oekraïne zelf, is er volgens haar “toegang tot 500 miljoen consumenten”.

Om aan de slag te kunnen is vaak externe financiering nodig. Daarvoor kan een Nederlandse ondernemer bijvoorbeeld aankloppen bij ontwikkelingsbank FMO die voor investeringen in Oekraïne zo’n 80 miljoen dollar heeft uitstaan. Een andere financier is de EBRD (Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) die al 25 jaar actief is in dit land. Volgens de verantwoordelijke regiomanager Francis Malige “heeft Oekraïne een eeuw geleden onder mismanagement, maar is er de afgelopen twee jaar al veel gedaan”. Bijvoorbeeld binnen de regering. “Daar kun je mee praten, en niet zoals in de Sovjettijd. Ondernemers hebben een stem via de ministers,” zo verduidelijkte Malige.

Igor Bilous, hoofd van het Staatseigendommenfonds, gaf aan dat de privatisering op gang komt. De Oekraïense overheid stimuleert dat door wetten aan te passen en ingewikkelde en tijdrovende regels simpeler te maken en vooral door transparant te zijn. Voor investeerders is er een keus uit 450 activa, waaronder 380 in het midden- en kleinbedrijf. Iemand die een staatsbedrijf wil kopen in Oekraïne, kan daarop via een op EU-regels gebaseerde veiling zijn bod uitbrengen.

Geen 'bread basket', maar 'food basket'

In de middaguren vonden vier sectorspecifieke sessies plaats. Men kon kiezen uit agrocultuur en voedselproductie, energie en -energie-efficiency, IT en engineering, en transport en infrastructuur. Dat Nederland sterk is in agro, bleek uit de belangstelling voor die sessie. Oekraïne omvat zo’n 30% van het mondiale areaal van de zogeheten ‘zwarte aarde’. Niet voor niets stond het land ooit te boek als ‘de graanschuur van Europa’. “Wij willen geen ‘bread basket’ zijn, maar een ‘food basket’, zo zette minister van Agropolitiek en Food Pavlenko zijn land neer voor de Nederlandse toehoorders. “Wij hebben de vruchtbare grond, jullie de expertise.  Als we dat samenvoegen, kunnen we onze voedselproductie verdubbelen.” Die productie komt nu voor 90% tot stand op kleinschalige agrarische bedrijven. Han Bartelds merkte namens Rabobank op dat veel Nederlandse ondernemers eigenlijk weinig weten over Oekraïne. “Is het land zó groot? Vaak zijn ze er nog nooit geweest. Projecten kosten daar veel tijd. En vergeet niet het belang van goede communicatie.”

Herman Vermeer, van Plus for progess in agriculture, is als boer actief in het land. Hij drong er bij de Oekraïense landbouwminister op aan om registratieprocedures verder te vereenvoudigen. “Wij zijn als ondernemers anti-bureaucratie.” De Nederlandse overheid vroeg hij om exportkredieten te faciliteren en te zorgen voor stageplekken voor studenten uit Oekraïne. Productkwaliteit kwam ter sprake bij Benno Grimbergen, partner in FoodTechLink. Hij is van mening dat Oekraïense producten zoals honing, walnoten en bessen, eventueel voorzien van toegevoegde waarde, tekorten kunnen opvullen in de wereldwijde vraag hiernaar.

Vooruitgang in Oekraïne

Dat Oekraïne kansen verdient in de handel tussen beide landen was iets dat staatssecretaris Van Dam wenste te onderschrijven. “Ik ben geïmponeerd door de vooruitgang die Oekraïne boekt en door de moed van de Oekraïense bevolking. Nederland kan zeker een rol spelen op het gebied van agro en food.” Innoveren is volgens hem een sleutelwoord. “’Brains and grains’ gaan samen, in Nederland en in Oekraïne. Niet alleen kwaliteit en kwantiteit zijn van belang, maar ook dat je alle monden probeert te voeren met minder impact op de omgeving.” Hij zei te hopen op ondernemers “met moed en visie” die met elkaar aan de slag gaan. Vandaar dat Van Dam tot slot zei te hopen op een ‘Ja’ bij het referendum zodat de “grote zakelijke kansen” die er zijn, benut kunnen worden.

Het businessforum werd afgesloten door de ondertekening van een samenwerkingscontract. Dat omvat een grootschalig coöperatief zuivelproject tussen ons land en Oekraïne, waarbij Difco een van de Nederlandse partners is. 

 



Terug